To need something

Les 23

Nodig hebben
Ik heb ….. nodig
Jij hebt
U hebt
Hij heeft
Zij heeft
Wij hebben
Jullie hebben
Zij hebben

Wat heb je nodig?
Document XXX
20 broodjes
Een badpak

Voor wat heb je dat nodig?- = Waarvoor heb je dat nodig?
Ik heb dat document nodig voor het dossier van mijn klant.
Ik heb 20 broodjes nodig voor de lunch met de bezoekers.
Ik heb een badpak nodig voor de vakantie.