Shopping

Op kantoor

Wat ga je straks doen? Ik ga naar de winkel.
Heb je iets speciaal nodig? Niet echt, maar ik wil een broek kopen.
Een broek voor de vakantie? Nee, voor het werk.
Welke kleur wil je? Ik wil een blauwe. Ik heb al drie zwarte broeken.
Waar ga je die kopen? Dat weet ik nog niet. Misschien bij Zara.

In de winkel

Goeie middag. Goeie middag.
Waarmee kan ik helpen? Ik zoek een lichte blauwe broek.
Waar liggen de broeken? Links naast de kassa.
Kan ik twee broeken proberen? Ja doe maar.

Zit de broek goed? Nee, ze is te groot.
Kan ik een maat kleiner passen? Natuurlijk.
Is deze beter? Deze is perfect.

Wilt u deze nemen? Ja
Hoe wilt u betalen? Met de kaart.
Hier is het machientje. OK

Zal ik de broek in een zak steken? Nee, dat is niet nodig. Ik heb een grote handtas.
Tot ziens. Tot ziens.