Wie bent u?
Hoe heet u? = Hoe heet jij?
Wat is uw naam?
Bent u een Belgische? = Ben jij een Belgische?
Bent u een Belg? = Ben jij een Belg?
Welke nationaliteit heeft u ……? = Welke nationaliteit heb jij?
Wie is uw team manager?
Hoe heet uw collega?
Is Maria een man?
Is Marco een vrouw?
Wat is dit ?
Is dit een boek?
Is dit een boek of een pen?
Wat is dat?
Is dat een beker of een kop?
Hoe gaat het?
Waar woont u? = Waar woon jij?
Welke kleur is dit?
Welke kleur heeft uw gsm?