Ik werk. <-> Ik werk niet.
Ik eet. <-> Ik eet niet.
Dit is een meisje. <-> Dit is geen meisje.
Neutraal -> het meisje
Dit is een vrouw. <-> Dit is geen vrouw.
Vrouwelijk -> de vrouw
Dit is een man. <-> Dit is geen man.
Mannelijk -> de man
Dit is een jongen. <-> Dit is geen jongen.
Dit is een kleine jongen. <-> Dit is geen kleine jongen.
Dit is een baby. <-> Dit is geen baby.
—
Een tafel.
Een stoel.
Een pen.
Een boek.
Een pintje.
—
Wat is dit?
Ik weet het niet.
(= k-weet-et-ni)
Een tafel en een stoel.
Een tafel of een stoel.
Het is geen tafel, maar een stoel.