Les 1: Aangenaam

Goeiedag! Ik ben ……. Wie bent u?

Goeiedag, Ik ben ……

Aangenaam!

Aangenaam! Bent u een Amerikaan?

Nee, ik ben een Engelsman. Welke nationaliteit heeft u?

nationaliteit

Belgische

Ik ben een Belgische. / Ik ben een Belg.

Ik ben een Française. = Ik ben een Franse. / Ik ben een Fransman.

Ik ben een Portugese. / Ik ben een Portugees.

Ik ben een Algerijnse. / Ik ben een Algerijn.

Ik ben een Venezolaanse. / Ik ben een Venezolaan.

Ik ben een Roemeense. / Ik ben een Roemeen.

Ik ben een Peruviaanse. / Ik ben een Peruviaan.

Ik ben een Deense. / Ik ben een Deen.

Ik ben een Poolse. / Ik ben een Pool.

Ik ben een Duitse. / Ik ben een Duitser.

u = jij = je = gij = ge

Waar bent u?

Waar ben je?

Waar ben jij?

Waar zijt gij?

Waar zijt ge?

Ik ben Anneke. Ik ben niet Joanna. = Ik ben Joanna niet.

Ik heb een pen. <-> Ik heb geen pen.

1 één

een

en

tuin

sleutel

goeiedag